Wanneer een hoogbegaafd kind onvoldoende uitgedaagd wordt op school kan het gaan onderpresteren. Er zijn twee vormen van onderpresteren; relatief onderpresteren en absoluut onderpresteren. Bij relatief onderpresteren presteert het kind wel onder zijn eigen mogelijkheden maar niet onder groepsniveau. Dit kind kan dus A/I-scores halen en toch onderpresteren. Wanneer het gaat om absoluut onderpresteren dan presteert een leerling ook onder het gemiddelde van de groep. Een absoluut onderpresterend kind is vaak moeilijk als hoogbegaafd te herkennen. Het is in dit geval goed om naar de vroege ontwikkeling te kijken om kenmerken van hoogbegaafdheid terug te zien.
Wanneer uw zoon en/of dochter absoluut onder presteert is het ook belangrijk om het lesaanbod goed af te stemmen. Omdat een kind meestal niet meteen absoluut gaat onderpresteren en dit veelal een proces van meerdere jaren is, zijn er naast aanpassingen in het lesaanbod nog een aantal andere zaken belangrijk. Deze kinderen moeten weer de zekerheid gaan ervaren om zichzelf te mogen laten zien en het plezier in leren weer terug te krijgen. Ze zullen moeten oefenen met het maken van fouten en op die manier leren dat het niet erg is om fouten te maken én dat het ook prettig kan zijn om moeite te doen om een bepaald doel te behalen. Binnen onze groepsbegeleiding helpen we deze kinderen om zelfverzekerder te worden en weer meer plezier in school te krijgen.
